01-05 Onderweg naar Aska, naar mijn collega Kaija

Een prachtige Hollandse ochtend vanuit de trein: zicht op polders, kanalen en sloten. Geel koolzaad in de berm, de bomen langs de dijken in fris, pril groen.
Een fietser op de dijk, trappend tegen de wind in. Een Hollandser beeld bestaat niet.
In mijn hoofd het nabeeld van mijn lief. In zijn gele hardloopjack en strakke hardloopbroek de stationstrap op benend. Zich van me verwijderend.. Ik vermoed tranen achter zijn ogen, zoals ze bij mij ook prikken.
In de stiltecoupé, grenzend aan de aparte ruimte waar ik me bevind, het onophoudelijke geleuter van een naar nicotine stinkende man. Ik heb medelijden met zijn compartimentgenoot, maar besluit er niets van te zeggen. Hij moet duidelijk zijn ‘ei kwijt’.
Ik ben op weg naar stilte en rust, maar het duurt nog even.

De vlucht Amsterdam-Helsinki zit ik naast een huilende, dronken, Fins-Nederlandse vrouw . Ze is op weg naar haar doodzieke vader en heeft vliegangst ( ook een alcoholprobleem volgens mij: er verdwijnen 2 blikjes bier en nog eens een halve liter wijn vanuit haar tas in haar lijf). Ze wil herhaaldelijk mijn hand vasthouden, omdat ik haar zo goed begrijp... De aansluitende vlucht van Helsinki naar Rovaniemi is beduidend rustiger. Al vanuit het vliegtuig zie ik dat er in Rovaniemi nog wat sneeuw ligt en er drijven nog grote platen ijs in de Kemijoki en de Ounasjoki. Wat weemoedig denk ik aan mijn prachtige wandelingen over deze  twee rivieren.
Het is uitgestorven op het vliegveld, dus mijn voornemen om er wat te eten en rond te hangen tot de bus naar Aska komt, verandert. Ik neem een pendelbus naar het busstation. Ook tijdens deze rit krijg ik weer een wat melancholiek gevoel: de stad is me door al mijn wandelingen in 2014 zó bekend geworden.
Het busstation is zelfs nog leger en desolater dan het vliegveld, maar gelukkig ken ik de weg naar het treinstation, er niet ver vandaan. Daar is restaurant open, met een vriendelijke serveerster en heerlijke zelfgemaakte paddenstoelensoep. Na een uurtje wordt het er zelfs gezellig druk met reizigers (veel jonge militairen) voor de trein.
Ik denk aan het boek dat ik thuis aan het lezen was (toch mee moeten nemen?): ‘De eenzame stad’ van Olivia Laing. Edward Hopper, een van de kunstenaars die zij beschrijft, zou zich ook in Rovaniemi thuis gevoeld hebben…
Maar nu zit ik redelijk knus en warm met ‘De wereld van gisteren’ van Stefan Zweig onder handbereik. En zelfs even met Herman geskpyt.

De bus naar Aska heeft Wifi aan boord. Ik probeer er met Google een paar Finse woorden die ik opvang, te achterhalen. Maar uitspraak en schrijftaal zijn verschillend. Toch lastig dus. Wel kom ik er achter dat ‘koska’ ‘omdat’ betekent. Meer kan ik niet achterhalen en de paar woorden Fins die ik kende zijn diep weggezakt. Kiitos (dankjewel) kan ik nog net stamelen. Ach, straks is het toch Noors. Al vertelt Kaija me net dat er ook soms wel Oud-Fins gesproken wordt. Zij wil zich aan mijn Engels optrekken, kortom: samen redden we ons wel!
Het is een warm weerzien met Kaija. Morgen beginnen we aan onze autotocht naar Vadsø.

 

A beautiful Dutch morning seen from the train: a view of polders, canals and ditches. Yellow cole-seed on the verges, the trees along the dikes in fresh, young green. A cyclist on the dike, pedalling against the wind. No sight more Dutch.
In the silence compartment, next to the separate space that I am in, the endless drivel of a man stinking of nicotine. I pity his fellow traveller, but decide not to say anything. Obviously, he has a lot on his mind.
I am on my way to peace and silence, but I still have a way to go.

On the flight from Amsterdam to Helsinki I’m sitting next to a crying, drunk, Finnish-Dutch woman. She’s going to her terminally ill father and has fear of flying (and an alcohol problem, I think: 2 cans of beer and half a litre of wine disappear into her from her bag). She wants to hold my hand repeatedly, because I understand her so well… The connecting flight from Helsinki to Rovaniemi is markedly quieter. From the plane I can see that there is still some snow in Rovaniemi and large ice floes are floating in the Kemijoki and the Ounasjoki. A little melancholically I think of my beautiful hikes on these two rivers.


It is dead silent at the airport, so I have to change my plan to have something to eat and hang around until the bus to Aska arrives.
The bus station is even emptier and more desolate than the airport, but fortunately I know how to get to the railway station, not far from there. There, the restaurant is open, with a kind waitress and lovely home-made mushroom soup. After an hour it even gets pleasantly crowded with travellers (many young soldiers) for the train.
The bus to Aska has Wifi on board. Using Google I try to make sense of the few Finnish words I catch. But the few words of Finnish that I knew have faded away. With effort, I can stammer  Kiitos (thank you). Well, later on it will be Norwegian anyway, although Kaija tells me that an old Finnish dialect is spoken in some places.

It is a warm reunion with Kaija.


 

Mijn eigen kamer in Kaija's huis.

In Timo en Kaija's tuin is het nog geen lente..